Bij vergaderingen of bijeenkomsten, in treinen of in een eet- of drankgelegenheid, is men vaak heel gedienstig met het aannemen van jas en hoed, koffers en dergelijke: ‘Kom, zal ik even helpen?’ en weg is de jas, de hoed en de koffer…
Terugvinden is dan soms een andere kwestie; vooral omdat de betrokkene dikwijls niet weet welke kleur het voorwerp heeft. Het is dus beter de blinde zelf zijn spullen een plaats te laten geven. Helpt u hem hierbij, zeg dan duidelijk: ‘Uw jas hangt aan de eerste haak naast de deur’, of ‘Uw koffer ligt in het rek tegenover u.’

